Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966

Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!
Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!Constant - Krant: De New Babylon informatief no.4 - 1966 kopen? Bied vanaf 180!
Vergelijkbaar item plaatsen
  • Constant (1920-2005)
TypePrenten & Uitgaves
Jaartal1966
TechniekOffset
StijlModern
IngelijstNiet Ingelijst
Afmetingen53 cm x 35 cm (h x b)
GesigneerdOngesigneerd/Drukgesigneerd
Krant: De New Babylon informatief no.4. Internationale uitgave van Constant voor de tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen op de "Biënnalle" in  Venetië.. Jaar: 1966. Afmetingen blad open gevouwen: H53 X b35cm. 

Verzenden/ophalen: 

Bij aankoop kan het werk worden opgehaald in 's-Gravenzande ( vlakbij Den Haag (Scheveningen), Rotterdam en Delft en 10 minuten van het strand). De termijn voor het ophalen is zeer ruim bij vooruitbetaling. M.a.w. de koper kan het werk weken of zelfs maanden later ophalen en het zo mogelijk combineren met een bezoek aan één van de bovengenoemde steden of het strand. Het werk kan ook worden verzonden via Postnl. Onze verzenddagen zijn dinsdag en donderdag.

Lucebert (uitspraak: loetsjəbert), pseudoniem van Lubertus Jacobus Swaanswijk (Amsterdam, 15 september 1924 – Alkmaar, 10 mei 1994) was een Nederlands dichter en schilder. Als dichter werd hij gezien als de voorman van de beweging van de Vijftigers, een progressieve groep dichters die na de Tweede Wereldoorlog begon te experimenteren met vorm en inhoud. Als schilder was hij nauw betrokken bij de Amsterdams poot van de experimentele Cobra-groep. In 2018 verscheen een biografie van de hand van Wim Hazeu. In zijn jonge jaren gehoorzaamde hij aan de oproep om zich verplicht te melden voor de Duitse Arbeitseinsatz. Vervolgens werkte hij als dwangarbeider in de Duitse wapenindustrie.

Constant Anton Nieuwenhuys (Amsterdam, 21 juli 1920 – Utrecht, 1 augustus 2005), volgens de burgerlijke stand Nieuwenhuijs, was een Nederlands beeldend kunstenaar, auteur, muzikant. Hij was een vooraanstaand lid van de kunstbeweging Cobra en naast kunstschilder ook ontwerper van het visionaire architectuurproject New Babylon. Hij signeerde zijn werk met Constant en werd meestal alleen met deze voornaam aangeduid.

Constant wordt geboren in Amsterdam op 21 juli 1920 als zoon van Pieter Nieuwenhuijs en Maria Cornelissen. Zijn broer Jan wordt een jaar later geboren. Dat beide zonen beeldend kunstenaar zullen worden ligt niet direct in de vaderlijke lijn der verwachting; Pieter Nieuwenhuijs is werkzaam als bedrijfsleider bij een commercieel bedrijf en heeft geen noemenswaardige interesse in kunst. Van moederszijde echter is er blijkens het Cornelissen familieboek "kunst dat het familie is.." dat er aan die kant wel degelijk kunstzinnigheid in het spel is: de Nederlandse acteur Ton Lensink bijvoorbeeld, was een volle neef van Constant en Jan.

Reeds als kind is Constant een bevlogen tekenaar, leest proza en poëzie en leert zijn eerste muziekinstrument bespelen. Tijdens zijn tienerjaren leert hij zingen en noten lezen in het koor van het jezuïetencollege. Later wordt hij vooral geïnspireerd door zigeunermuziek en legt hij zich toe op improvisatie. Hij speelt gitaar en viool en leert op 45-jarige leeftijd cymbaal spelen.

Op 16-jarige leeftijd schildert Constant zijn eerste schilderij, de Emmaüsgangers. Het schilderij verbeeldt Jezus die zich openbaart aan twee van zijn volgelingen in Emmaüs. Bij gebrek aan geld gebruikt hij daar een jutezak voor en pigmenten die hij van een huisschilder koopt. Vanuit zijn rooms-katholieke achtergrond en zijn opleiding aan een jezuïetencollege hebben veel van Constants tekeningen en schilderijen uit zijn vroege periode een religieuze thematiek. Op 20-jarige leeftijd keert hij het geloof de rug toe. Van 1939 tot 1942 volgt hij opleidingen aan de kunstnijverheidsschool en de Rijksakademie in Amsterdam. Vooral in de zogenaamde New Babylon-periode komen de technieken en vaardigheden van de kunstnijverheidsschool hem goed van pas bij het bouwen van constructies, maquettes en modellen.

Tussen 1942 en 1943 werkt en woont hij in Bergen. Daar maakt hij kennis met het werk van en wordt geïnspireerd door Cézanne. De invloed van Cézanne is duidelijk te zien in zijn Zelfportret uit 1942.

In juli 1942 trouwt hij met Matie van Domselaer, dochter van Jakob van Domselaer. Als Bergen begin 1943 geëvacueerd wordt door de Duitsers voor het bouwen van de Atlantikwall, verhuizen Constant en zijn vrouw terug naar Amsterdam. Ze wonen daar aan het Sarphatipark, door de bezetter tot Bollandpark omgedoopt. Om te ontkomen aan de ‘Arbeitseinsatz’ duikt Constant onder. Omdat hij weigert zich te registreren bij de ‘Kultuurkamer’ mag hij zijn vak niet uitoefenen en is het hem niet toegestaan om materiaal te kopen en te exposeren. Om toch te kunnen schilderen gebruikt hij tafel- en bedlinnen en kookt beschilderde doeken uit om opnieuw te kunnen beginnen. Zijn Zelfportret uit 1942 is door de aankoop van Hans Wiesman van de kookpot gered.

Tijdens de oorlog duikt zijn zwager, de neerlandicus en latere verzetsman, Jaap van Domselaar, onder bij het echtpaar om te ontkomen aan de Arbeitseinsatz. Hij introduceert het werk van de filosofen Spinoza, Descartes, Kant en Karl Marx aan Constant. Vooral de laatste inspireert Constant in zijn ideeën over de rol van kunst in de samenleving.

In 1944 wordt het eerste kind, zoon Victor, geboren. Na de oorlog verhuist Constant met vrouw en kind opnieuw naar Bergen om in 1946 alweer terug te keren naar Amsterdam. Daar betrekt hij een benedenwoning in een straat tegenover Artis. Na een periode van stilstand bevrijdt Constant zichzelf artistiek gezien en experimenteert hij met verscheidene technieken. Hij wordt geïnspireerd door het kubisme, vooral door Georges Braque. In 1946 wordt de eerste dochter Martha geboren, in 1948 gevolgd door een tweede dochter Olga.[1] In 1951 volgt als vierde en laatste kind, Eva Constant, dochter uit zijn huwelijk met Nellie Riemens, de oudste zuster van Henny Riemens fotografe en echtgenote van Corneille.

CoBrA

In het najaar van 1946 reist Constant met Hans Wiesman, een vriend van de Rijksakademie naar Parijs. De vader van Hans Wiesman is bankdirecteur in Nederland en gaat voor zaken naar Parijs. Hij vraagt Constant, die de Franse taal zeer goed spreekt, mee als tolk. In de galerie van Pierre Loeb aan Rue de Seine ontmoet hij de zes jaar oudere Deense kunstenaar Asger Jorn, met wie hij bevriend raakt. Via Jorn leert hij de Deense experimentelen kennen, waar Jorn deel van uitmaakt. Samen beginnen ze aan de theoretische voorbereiding van een beweging, die twee jaar later opgericht zal worden: Cobra.[5]

Op 16 juli 1948 richt Constant samen met Corneille, Karel Appel, Eugène Brands, Theo Wolvecamp, Anton Rooskens en zijn broer Jan Nieuwenhuijs de Experimentele Groep in Holland op naar het voorbeeld van de Deense Experimentele Groep. Appel en Corneille hebben Constant opgezocht, omdat ze in hun werk verwantschap met zijn werk voelen. Later voegen ook de dichters Gerrit Kouwenaar, Jan Elburg en Lucebert zich bij de groep. De Experimentele Groep geeft het tijdschrift, Reflex uit. In de eerste editie wordt het door Constant geschreven Manifest gepubliceerd. Hierin staat ook de bekende zin: "Een schilderij is niet een bouwsel van kleuren en lijnen, maar een dier, een nacht, een schreeuw, een mens, of dat alles tezamen".[6]

Deze zin drukt beeldend uit wat de leden van deze groep met hun kunst nastreven. Constant pleit in zijn artikelen voor een nieuwe maatschappij met moderne kunst. De belevingswereld van kinderen en 'primitieven' ziet Constant als ideaal voor het uiten van gevoelens, zoals blijkt uit het volgende citaat:

"Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten. Hetzelfde geldt voor de primitieve culturen, en het is deze eigenschap ook, die deze culturen een zo grote bekoring verleent voor de mens van heden die in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven."

Constant wordt algemeen beschouwd als de theoreticus van de groep. Hij zal dan ook zijn hele carrière stevige, marxistische maatschappijkritiek blijven vertonen in zijn werk. Constant vindt dat kunst experimenteel moet zijn. Uit de ondervinding (expérience), die in ongebonden vrijheid wordt opgedaan, komt de nieuwe creativiteit voort. Manifest blijkt een van de belangrijkste teksten over kunst in Nederland na de Tweede Wereldoorlog. In Manifest schrijft Constant dat het proces van het creëren belangrijker is voor de experimentele kunstenaar dan het werk zelf. Het is een middel om spirituele en mentale rijkdom te bereiken. Ten tweede is het werk van een experimentele kunstenaar een spiegelbeeld van de veranderingen in de algemene perceptie van schoonheid.[7]

"Het werk van de experimentele kunstenaar was een spiegelbeeld van de veranderingen, die zich in de voorafgaande jaren in de schoonheidsbeleving hadden voltrokken. De steeds snellere aanvaarding van de anti-stijlen waarin zij hadden gewerkt, had geleid tot een grillige ontwikkeling in de recente geschiedenis van de kunst", schrijft Constant in 1965 in het artikel De dialektiek van het experiment.

In november 1948 op het terras van café Notre Dame in Parijs komt de Experimentele Groep in Holland samen met Christian Dotremont en Joseph Noiret uit België en Asger Jorn uit Denemarken nadat zij de internationale conferentie van het Centre International de Documentation sur l'Art d'Avant-garde, die van 5 tot 7 november plaats had in Parijs, hadden verlaten vanwege een te grote verbrokkeling bij de Franse vertegenwoordiging van de surréalistes-révolutionnaires. Op 8 november 1948 vindt op dit Parijse café-terras de oprichting van CoBrA plaats. De naam Cobra is bedacht door Dotremont en bestaat uit de eerste letters van de woonplaatsen van de oprichters: Co-penhagen, Br-ussel en A-msterdam. De leden waren tegen esthetiek in de schilderkunst en tegen bourgeoiskunst in het algemeen.[5]

De groep publiceert een Cobra-bulletin en steeds meer kunstenaars uit verschillende disciplines sluiten zich bij de groep aan. In 1948 publiceren Constant en dichter Gerrit Kouwenaar de gedichtenbundel Goedemorgen Haan.[2] In het korte bestaan van de groep vinden twee grote Cobra-tentoonstellingen plaats, één in Amsterdam in 1949 en één in Luik in 1951.

De directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Willem Sandberg, stimuleert jonge kunstenaars zo veel mogelijk en steunt de Cobra-groep dan ook door hen zeven grote ruimten in het museum ter beschikking te stellen om hun werk te exposeren. De kunstenaars zijn arm en maken door geldgebrek voornamelijk kleinere werken. Om de ruimten alsnog te kunnen vullen, geeft Sandberg hen een voorschot om materiaal te kopen en grotere werken te produceren. De week voor de tentoonstelling maken Constant, Corneille, Appel en Eugène Brands een aantal enorme werken, die later iconisch zouden worden voor Cobra. De architect Aldo van Eyck wordt gevraagd om de tentoonstelling in te richten.

De tentoonstelling is op zijn zachtst gezegd onconventioneel. Het werk, en de manier waarop het is tentoongesteld, geven aanleiding tot kritiek van zowel pers als publiek. Een criticus van Het Vrije Volk schrijft "Geklad, geklets en geklodder in het Stedelijk Museum". Een vaak gehoorde opmerking van het publiek is dat hun kinderen dit ook wel kunnen, maar dan beter. De Cobra-leden worden beschouwd als prutsers en oplichters.

De groep heft zichzelf op tijdens de tentoonstelling van experimentele kunst in het Palais des beaux arts in Luik, die plaats heeft van 6 oktober tot 6 november 1951. Tegelijkertijd komt de tiende editie van het Cobra-bulletin uit. Zoals Christian Dotremont, de secretaris van de groep, het uitdrukt in het Museum Nieuws van 1962, zou de groep liever in schoonheid sterven, "mourir en beauté", dan verworden tot een gewone belangengroep voor kunstenaars. In haar korte bestaan heeft Cobra de naoorlogse kunst voor altijd en onherkenbaar veranderd.

Constant is productief tijdens zijn Cobra-periode. Volgens eigen zeggen heeft hij in deze periode evenveel schilderijen gemaakt, als hij in de jaren nadien aan zijn oeuvre heeft toegevoegd. Witte vogel (1948), Laddertje (1949), Vogelvrouw (1949), Gevallen paard (1950) en Verschroeide Aarde I (1951) zijn een paar bekende werken uit deze periode.

ConditieGoed

 Gebruikerssporen en vergeeld langs horizontale en verticale middenvouw. Voor de rest een goed exemplaar. 

GarantieBij het plaatsen van het item verklaar ik mij akkoord met de garantievoorwaarden zoals deze gelden op Kunstveiling ten aanzien van een juiste omschrijving van het aangeboden item

De verkoper neemt de volledige verantwoordelijkheid voor dit item. Kunstveiling biedt slechts het platform bij deze transactie, welke direct met de verkoper afgehandeld dient te worden. Meer informatie.

Sluit over 7d 6u 45m 43s
Openingsbod€ 180
Veilingkosten: 15%
Bied mee Bied mee
AfhalenJa is mogelijk
Objectlocatie'S-GRAVENZANDE,  Nederland
VerzendingAlleen binnen Europa
VEILINGGEGEVENS
Starttijd:01-02-2023 om 18:11
Eindtijd:13-02-2023 om 19:40
Let op: bij een bod in de laatste 5 minuten wordt de veilingduur met 5 minuten verlengd.

Nog geen account?
Door een gratis account aan te maken kunt u bieden op {{numberOfItems}} items of zelf een item in de veiling plaatsen.