Cornelis Jan (Bob) ten Hoope werd in 1920 te Bussum geboren. Tussen 1936 en 1940 volgde hij de opleiding aan de Kunstnijverheidsschool te Amsterdam (tegenwoordig de Rietveld Academie). In 1941 studeerde hij aan de Rijksnormaalschool voor tekenleraren te Amsterdam en tussen 1942 en 1944 en daarna in 1949 opnieuw de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam onder leiding van Professor Brinks, Van den Berg, G.Röling en Bronner. In 1949 hield hij zijn eerste solo-tentoonstelling in de kunstzaal van het befaamde Hotel Hamdorff in Laren en werd zijn eerste portrettekening aangekocht door het Rijksprentenkabinet in Amsterdam.In het Gooi genoot hij in deze jaren reputatie van een goede portretschilder. Hij maakte portretten van bekende personen onder andere van de schrijver Godfried Bomans, journalist Henri Knap.Vanaf 1949 maakte hij diverse studiereizen naar België en Frankrijk, 1950-953 Egypte In Caïro hield hij een solo-tentoonstelling, 1979 Florence in Italië, 1986 St Petersburg en Moskou.
In 1954 vertrok Ten Hoope naar Frankrijk, Pont en Royans (Vercors). In 1956 Prix de Carrefour; "Portrait de Femme" bekroond met de prijs "Arts en Lettres". In 1989 werd in Deventer tijdens een tentoostelling het boekje "Schilderen met Bob in Frankrijk" ten doop gehouden. In 1990 werd een filmimpressie opgenomen in zijn atelier op de Eemnesserweg 26A. in Blaricum en werd uitgezonden door RTL televisie in het Duitse programma "Männermagazine" I n 1998 ontving hij de Nicolas Sokoloff prijs voor zijn "naakt". In 2002 ontving hij de Gouden medaille van Les Amis des Arts.
Vanaf 1959 hield Ten Hoope regelmatig exposities, de eerste weer in Hamdorff in Laren een solo-tentoonstelling die werd geopend door kunstcriticus Charles Wentinck, wat een groot succes werd. (want 2 jaar later in 1961 en daarna in 1963, 1966, 1968, 1970, 1972, 1973, 1975 hield hij er wederom een expositie). Twee jaar later, in 1961, hield hij weer een expositie in Hamdorff en daar viel het op dat Ten Hoope zijn stijl had veranderd naar het abstracte expressionisme. In die tijd bestond de internationale Cobra groep die zich bezig hield met experimentele Kunst, waarin later onder meer Karel Appel en Corneille vertegenwoordigd waren. De schildertechniek van deze groep, die de uit Duitsland gevluchte expressionist Herbert Fiedler als boegbeeld gebruikte, bezat een decoratief karakter. Appel was een klasgenoot van Bob ten Hoope op de Rijksacademie, waar de traditionele figuratieve kunst in hoog aanzien stond. Appel moest niets hebben van deze traditionele schilderskunst. Met Appel was Ten Hoope een aantal keren naar buiten getrokken om te schilderen. Onder andere in Blaricum waar Ten Hoope als Bussummer een aantal schilderachtige plekjes wist te vinden. Tijdens een van die uitstapje hebben zij elkaar geportretteerd. Ten Hoope's aquarel van een zittende Appel lijkt opmerkelijk losser dan de portrettekening die Appel, de latere Cobra-schilder, van Ten Hoope maakte. Ten Hoope maakte het liefst zijn tekeningen in café's en restaurants in het Gooi en in Frankrijk, zoals het Bonte Paard in laren en Blandin en café Brun in pont-en-Royans.
Zijn voorliefde is het schilderen van naakten. Het schilderij "Het grote Naakt" waarmee Bob ten Hoope zijn academietijd afsloot kan beschouwd worden als het oermodel van de naakten die hij in de loop der jaren heeft geschilderd. De natuurlijke houding en ongedwongenheid van het model symboliseert de wijze waarop hij zijn modellen laat poseren. Het 1.80 meter hoge werk heeft vele jaren gehangen in zijn, van Prof. Röling overgenomen, Larense atelier op de Velthuijsenlaan 14a en verhuisde mee naar zijn nieuwe atelier in Blaricum In de naakten die hij sindsdien, veelal in de open natuur, schildert kan men zien dat zij de grens van schaamte voorbij zijn.