Aquarel
Gesigneerd met monogram JM
Afmeting werk 26 x 38,5 cm
Afmeting passepartout 37 x 48 cm
Vroeg werk gemaakt door Joost Maréchal.
Tekenaar, schilder, glaskunstenaar en keramist Joost Maréchal studeert van 1928 tot 1932 schilderkunst aan het Hoger Instituut voor Kunst- en Vakonderwijs Sint-Lucas te Gent, een opleiding die hij aanvankelijk combineert met studies Aardrijkskunde (1929-1930) en Rechten (1930-1931) aan de Gentse Rijksuniversiteit. In de vroege jaren 1930 behaalt Maréchal enkele onderscheidingen aan de Academie voor Schone Kunsten in Brugge. In 1932 is zijn werk voor het eerst te zien op een groepstentoonstelling in Gent en Leuven. Tussen 1932 en 1934 studeert Joost Maréchal monumentale schilderkunst bij Gustave van de Woestijne aan het Hoger Instituut voor Sierkunsten in Ter Kameren. Hij ontmoet er Henri van de Velde en Joris Minne.
In 1934 start hij een glasraamatelier in Sint-Andries (Brugge). Vanaf 1935 krijgt hij opdrachten, vaak voor ramen met religieuze voorstellingen die heden nog vele Belgische kerken en gebouwen sieren. Zijn eerste belangrijke opdracht zijn vier glasramen voor de kapel van het klooster van Onze-Lieve-Vrouw Ten Bunderen in Moorslede. Vanaf 1938 heeft keramiek – vervaardigd in een zelf gebouwde oven – een steeds groter aandeel in het oeuvre van Maréchal. Daarnaast levert hij illustraties voor boeken van de Brugse uitgeverij De Bron en is hij van 1 mei 1943 tot september 1944 leraar glasschilderkunst, keramiek en mozaïek aan de Academie voor Schone Kunsten in Brugge. Via zijn lidmaatschap van ondermeer Kunst & Nijverheid in Brussel bouwt Maréchal zijn interesses en kennissenkring uit.
In het midden van de jaren 1950 krijgt Maréchal - intussen gevestigd in Eeklo - steeds meer erkenning. In 1956 krijgt de kunstenaar een grote retrospectieve tentoonstelling in het Kursaal te Oostende, wordt één van zijn keramische objecten aangekocht door de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en krijgt hij een huldebetoon in het Kunstsalon Beatrijs in Eeklo. Voor het Vaticaans paviljoen Civitas Dei op de Wereldtentoonstelling van 1958 ontwerpt Maréchal vijf glas-in-beton panelen. Van 1 september 1949 tot 22 februari 1971 doceert hij keramiek aan het Hoger Instituut voor Architectuur en Sierkunsten te Gent (Hoger Instituut Sint-Lucas).
In 1959 verschijnt een monografie over Maréchals oeuvre. De grote appreciatie voor zijn kunst maakt dat hij in 1963 de onderscheiding van ridder in de Kroonorde ontvangt, en in 1968 wordt hij benoemd tot ridder in de Leopoldsorde. In de jaren 1960 ontwikkelt Maréchal een sterke interesse voor filmkunst; hij wordt lid en later voorzitter van Filmclub Meetjesland en VAKOV (Vereniging Amateurcineasten Oost-Vlaanderen). In 1964 wint Maréchal een bronzen medaille voor de documentaire film Glazuurwerk in de provinciale wedstrijd van de VAKOV.