Arie Zuidersma (Emmer-Erfscheidenveen,1925 – Zuidlaren,
2014) was een Nederlands kunstenaar.
Arend (Arie) Zuidersma begon met tekenen en schilderen na de
Tweede Wereldoorlog. Hij heeft 1 jaar les gehad op de Academie Minerva te
Groningen van o.a. Evert Musch. Na dat jaar had hij het wel gezien, en heeft
hij het schilderen zichzelf eigen gemaakt.
In 1954 leerde hij Marten Klompien kennen,
eveneens een kunstschilder in Groningen, met wie hij van de gemeente Groningen
de opdracht kreeg om de plekken te schilderen die in de toekomst zouden
verdwijnen of veranderen. Zo ontstond een vriendschap voor het leven; ze waren
vaak samen te zien langs de wegkant, zowel in als buiten de stad, achter hun
schildersezel. Arie's eerste solo-expositie was in 1959 bij Galerie De
Mangelgang te Groningen, waar hij min of meer werd ontdekt door Johan Dijkstra en Hendrik
de Vries, schilders van het schilderscollectief De Ploeg. Johan Dijkstra schreef een prachtige
recensie in het Nieuwsblad van het Noorden. Daardoor mocht hij mee-exposeren
met de leden van De Ploeg, de groep waar hij later, eind jaren zestig, lid van
werd. In 1978 zegde hij het lidmaatschap op vanwege onenigheid over het reilen
en zeilen van het collectief: hij was boos omdat sommige leden ieder jaar weer
bijna hetzelfde werk bleven exposeren, daarbij kwam dat hij een strengere
toelating voor het collectief eiste. In diezelfde periode was hij ook lid van
de Nederlandse Kunstkring.
In de jaren zestig begon hij te experimenteren met
acrylverf. De snelle droging van de verf trok hem aan, zeker voor het buiten
schilderen. Hij bracht diverse kleuren en merken op kartonnen borden aan
waarvan er een voor het raam in de zon kwam te hangen en de andere in een
donkere kast. Zo kon hij na een half jaar zien of de kleuren waren verkleurd of
niet. Eind jaren zestig en daarna schilderde hij alleen nog maar met acrylverf.
Zijn kleuren werden naarmate hij ouder werd steeds feller,
vooral het oranje en paars werd zijn handelsmerk. In de jaren zeventig begon
hij surrealistisch-expressionistisch te werken. Later, in de jaren
tachtig, werkte hij voornamelijk abstract, met als inspiratiebron de
Italiaanse schilder Afro. Toen hij de tachtig was gepasseerd, keerde hij
weer terug naar het figuratieve, vooral de Groningse en Drentse boerderijen
en landschappen waren zijn favoriete onderwerp.
Naast het schilderen maakte hij, vooral in de jaren zestig,
veel linosneden. Die werden in de jaren zeventig opgevolgd door emailleerkunst.
Verder maakte hij incidenteel litho's en etsen. Hij woonde en
werkte in Groningen, en vanaf 1992 in Zuidlaren.