Betsy Repelius (geboren als Johanna Elisabeth Repelius, Amsterdam, 31 januari 1848 – aldaar, 23 januari 1921) was een Nederlandse kunstschilder.
Romantisch tafereel met spelende kinderen.
Schitterende aquarel.
Fraai gelijst.
Repelius nam lessen van de historieschilder en lithograaf Petrus Franciscus Greive en later bij Carel Frans Philippeau. Tussen 1873 en 1876 studeerde zij aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, met name bij August Allebé. Na deze opleiding kreeg zij les in aquarel bij Nicolaas van der Waay.
Betsy Repelius bleef haar hele leven ongehuwd. Zij had vele vrienden die ook kunstschilder waren, onder andere Simon Maris, Marie Heineken, Thérèse Schwartze en haar nicht Lizzy Ansingh, alsmede Georgine Schwartze. Muzieklerares Elvira Collin en de arts Maria Dusaar woonden een tijdlang bij haar in huis.
Het woonhuis van Betsy Repelius werd ontworpen door Joseph Cuypers. Het huis had een atelier op de zolder en staat in de Vondelstraat 29 in Amsterdam. Voor de gevel van het huis ontwierp Cuypers tegeltableaus. Daarin verwerkte hij het familiewapen van Repelius en het monogram van Betsy. Deze tableaus zijn niet vanaf de straat te zien. Repelius schakelde ook Piet Mondriaan in om twee plafonds te versieren met allegorische voorstellingen en engeltjes (putti). Door haar welvaart kon zij zo een woonhuis laten ontwerpen, wat maar weinig kunstenaars uit die periode zich konden veroorloven.