Sinds de begin jaren negentig gebruik ik de diffuuse manier van schilderen in mijn werk. Het resultaat van de werking van de diffuusheid is dat er een psychologisch "barrierre" ontstaat tussen de toeschouwer en het beeld. Deze "barriere" werkt niet als een reguliere barriere, waarbij deze het beeld afsluit, maar als een katalysator die nieuwe beelden oproept. Tegelijk wordt het beeld ook ongrijpbaar. In eerste instantie maakte ik gebruik van wetenschappelijke foto's voor mijn schilderijen. Bij die foto's ging het altijd om microscopische uitvergrotingen, dus het onzichtbare zichtbaar gemaakt. Die uitvergrotingen ging ik dan nog een keer uitvergroten en diffuus schilderen waardoor de grootte onbepaald werd. Het gaat om de micro- en macro-ruimte zoals die ook bestudeerd wordt in de quantum-mechanica. Het onderzoek van het allergrootste (universum) en het allerkleinste (atomen), waarbij het opvalt dat de vormen en de wetten van de micro- en macrowereld in grote lijnen overeenkomen. Dit gegeven heeft mijn interesse omdat het bij deze overeenkomsten lijkt alsof er een complexe compositie is gemaakt waarbij de noten met elkaar zijn verbonden waardoor er een groter geheel ontstaat. Dit geheel is het universum wat wij kennen maar wij zien alleen wat wij kunnen zien met onze beperkte perceptie. Nu kan je spreken van een goddelijke interventie die dit alles bedacht heeft maar ik ben niet gelovig in die zin, dus moet ik op zoek naar een andere verklaring. Ik heb wel een geloof in het "hogere", en dan kan je mischien spreken van een hogere macht of een hogere dimensie. In een queeste naar "de waarheid" kan je de stelling poneren dat wij nietig zijn, maar dat in onze nietigheid alles besloten ligt. Dan zou het kunnen liggen aan onze beperkte perceptie dat wij niet alles kunnen doorzien.