In dit abstracte werk verkent Rachid Ben Ali een meer gelaagde, bijna architectonische beeldtaal, waarin kleur, ritme en beweging centraal staan. Het doek wordt gedomineerd door zachte maar verzadigde tinten roze, paars en rood, die in horizontale banen en organische vormen over het oppervlak bewegen. Deze kleurkeuze geeft het werk een ogenschijnlijk serene uitstraling, terwijl de onderliggende structuren juist spanning en dynamiek oproepen.
De compositie doet denken aan een technisch of industrieel landschap: buisvormige elementen, capsules en lineaire patronen lijken in elkaar over te lopen, alsof ze onderdeel zijn van een groter mechanisch of stedelijk systeem. Tegelijkertijd zorgen de losse, expressieve penseelstreken en kronkelende verfbewegingen voor een bijna lichamelijke, emotionele tegenkracht. Het resultaat is een spanningsveld tussen controle en chaos, tussen systeem en intuïtie.
Subtiele details — zoals kleine grafische tekens, herhalende structuren en verf die soms transparant, soms dik en pasteus is aangebracht — nodigen de kijker uit om het werk van dichtbij te onderzoeken. Het schilderij leest niet eenduidig, maar ontvouwt zich laag voor laag, als een visueel dagboek of een innerlijke plattegrond.