Dirk Breed werd in 1920 geboren in het West-Friese dorp Kolhorn bij Schagen. In dat voormalige vissersdorp Kolhorn bracht hij ook zijn jeugd door. In de jaren van WO II kreeg hij les van Thijs Sterk uit Schoorl, om in 1946 de lessen op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam te volgen. Daar woonde hij ook en was er lid van St. Lucas en De Brug. Maar hij bleef een Kolhorner in hart en nieren. “Ik heb er de ansjovissers nog zien binnenkomen. Mijn hele schildersdenken draait om de polder, om Kolhorn en het land er omheen met die sfeer van enorme openheid”, vertelde hij ooit. Daar waren de luchten zuiver en de einder oneindig ver. Dat wilde hij in zijn schilderijen weergeven.
In 1952 won hij met een schilderij de Koninklijke Subsidie, niet met een landschap, maar met een portretschilderij van zijn vroegere buurmeisje uit Kolhorn. In 1965 verhuisde hij naar Waverveen, een dorp dat deel uitmaakt van de gemeente De Ronde Venen, gelegen onder Amsterdam. Dirk Breed deelde zijn leven met zijn 8 jaar jongere vrouw Lia, keramiste.
Ze exposeerden afzonderlijk maar ook wel samen. In 1993 was hij een van de Nederlandse kunstenaars die deelnam aan de internationale manifestatie Kunst Salon 1993. In totaal heeft hij meer dan 1500 schilderijen gemaakt. Tentoonstellingen van zijn werken waren er ondermeer in het Westfries Museum te Hoorn, maar ook in de Ronde Venen zelf. In 2003 was er in Museum Kranenburgh te Bergen een overzichtstentoonstelling. Met deze tentoonstelling wilde Museum Kranenburgh een hommage brengen aan deze, toen 83 jarige en toen nog steeds werkende schilder, die op zo bijzondere wijze het Noord-Hollandse landschap en met name het West-Friese kleur heeft gegeven. Ruim 8000 personen bezochten de tentoonstelling in Bergen.