Cornelis Theodorus Maria (Kees) van Dongen
Lithografie in kleur op Arches-vellumpapier naar het werk van de kunstenaar.
Referentie: Juffermans nr. L41.
Afmetingen onderwerp Hoogte 37 cm Breedte 47 cm
Uitstekende staat
Cornelis Theodorus Maria (Kees) van Dongen
Hij begon zijn werk te exposeren in Parijs, onder andere op de geruchtmakende tentoonstelling van 1905 in de Salon d'Automne met onder anderen Henri Matisse. De heldere kleuren waarvan deze groep kunstenaars zich bediende, leverde hun de bijnaam Les Fauves ('Wilde Beesten') op. Van Dongen was ook korte tijd lid van de Duitse expressionistische groep Die Brücke. Van de Fauves waren Van Dongen zelf, Henri Matisse, André Derain, Maurice de Vlaminck en Albert Marquet de leidende figuren. Kenmerkend voor zijn werk zijn de primitief aandoende vormen en de felle, ongemengde kleuren. Van Dongens fauvistische periode (ongeveer van 1906 tot 1913) wordt door velen gezien als zijn artistiek hoogtepunt.
Van Dongen staat bekend om zijn vele schilderingen van het vrouwelijk naakt. Het schilderij Torse (1905) waarvoor zijn vrouw model stond, betekende het begin van een reeks uitdagende, sensuele werken.Niet alleen zijn vrouw en Fernande Olivier poseerden voor hem, ook zijn minaressen Nini (een verkoopster uit de Folies Bergère) en Anita (een zigeunerin) poseerden voor naakten in gedurfde, wellustige poses. Voor hem was de vrouw 'het mooiste landschap': de vrouw was zijn muze.
Later in zijn loopbaan (na 1918, in zijn mondaine periode) legde hij zich vooral toe op het schilderen van portretten van de Parijse society. De roerige jaren 1920 vormden Van Dongens topperiode op commercieel gebied. De economische crisis had een negatieve invloed op de verkopen.
De jaren 1939-1949 vormden een dieptepunt in de carrière van Van Dongen. Tijdens de oorlog schilderde hij weinig en hield hij zich voornamelijk bezig met zijn zoontje. De relatie met Marie-Claire was stormachtig en in 1944 verliet ze hem enige tijd, wat zijn productie helemaal deed stoppen. Bovendien verliep de verkoop van zijn werk veel minder vlot. Zijn reis naar Duitsland tijdens de oorlog werd de schilder kwalijk genomen en critici wezen op de mindere kwaliteit van sommige aangeboden schilderijen.
Tussen 1953 en 1959 beleefde hij een laatste glorietijd als portrettist, al liep zijn productie geleidelijk aan terug. Van Dongen was toen al over zijn hoogtepunt. Zijn sociale en commerciële activiteiten gingen, zo oordelen de meeste deskundigen, ten koste van het artistieke niveau dat hij in zijn jonge jaren had gehaald. Door zijn teruglopende krachten werden zijn werken kleiner van formaat