Pierre van Soest
The Saloon
1972
olieverf op doek
170 x 190 cm
Dit prachtige werk van Pierre van Soest behoort tot de typerende werken, die de kunstenaar kenmerken. Verhalend, niet altijd meteen vatbaar, je blijft kijken naar de afbeelding en ontdekt steeds weer nieuwe fragmenten.
Pierre Gerardus Cornelis van Soest (Venlo, 14 oktober 1930 – Amsterdam, 2 januari 2001) was een Nederlands beeldend kunstenaar.
Levensloop
Pierre van Soest vestigde zich in 1947 te Amsterdam. Hij bezocht van 1947 tot 1949 de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en ontving in de jaren 1953 en 1954 de Koninklijke Subsidie voor de Schilderkunst.
Vanaf 1964 woonde en werkte hij afwisselend in Amsterdam en Helle (Zuid-Limburg). Hij was met onder anderen Frans de Boo, Roger Chailloux, John Grosman, Guillaume Lo-A-Njoe, Karl Pelgrom, Jan Sierhuis, Aat Verhoog en Leo de Vries lid van de Amsterdamse kunstenaarsgroep Groep Scorpio.[1] In de jaren 1965-1966 en 1969-1971 was hij docent bij Ateliers '63 in Haarlem en van 1972 tot 1978 aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving te 's-Hertogenbosch. Hij was veel werkzaam op het gebied der monumentale kunsten en voerde wandschilderingen en betonreliëfs uit in openbare en particuliere gebouwen in Nederland.
Van Soest overleed op 2 januari 2001.
Schilder van reeksen
Vanwege zijn abstract-expressionistische stijl is het vroege werk van Van Soest vaak bestempeld als post-Cobra, een term waar de kunstenaar zelf niet achter stond. Vanaf eind jaren zestig ging Van Soest schilderen in reeksen. Wanneer hij door een bepaald motief werd gegrepen, was dit aanleiding voor een hele serie aan werken. Voorbeelden zijn 'Paraplu's', 'Insecten', 'Weekendfilm' en 'Portret van Helle'. Olieverf kreeg gezelschap van acryl.
De daaropvolgende reeksen hadden veelal een kunsthistorisch motief. De eerste reeks die dat opleverde, was 'Met Jan van Eijck op bezoek bij de familie Arnolfini' naar het bruidspaar Arnolfini van de schilder Jan van Eijck, dat in de National Gallery van Londen hangt. De reeks werd gevolgd door de serie 'Dulle Griet', naar het gelijknamige werk van Pieter Bruegel de Oude, dat in museum Mayer van den Bergh te Antwerpen te bezichtigen is. Daarna volgden reeksen over twee werken die te bezichtigen zijn in het Prado van Madrid: Tuin der lusten van Jeroen Bosch en de Drie Gratiën van Rubens. Maar in deze perioden verschenen ook reeksen die niet op kunsthistorische motieven gebaseerd waren, zoals 'Pierre van Soest zoveel maal', 'Familieportretten', 'Asperges' en 'Landschappen'.