Formaat 27 x 35 cm. exclusief de lijst. Totaal 50 x 40 cm.
Monogram en datum 1941.
Jan Sluijters junior Overzichtstentoonstelling in Blaricum
mei 2001 tekst: Harry J. Kraaij in Kunst en Antiekjournaal
Het is onvoorstelbaar dat het werk van Sluijters junior, de zoon van de beroemde schilder, zo weinig bekend is in Nederland. Zijn schilderijen - thema’s uit de directe omgeving van de kunstenaar - lijken met de grootste eenvoud tot stand gekomen te zijn: de losse, soepele hand die het oog van de meester moeiteloos volgt. Voor het eerst kan iedereen kennismaken met dit werk op de overzichtstentoonstelling ‘Sluijters junior in Blaricum’ . De schilder zelf doet heel bescheiden over zijn werk. Hij besteedt maar weinig woorden aan de motieven achter zijn onderwerpen en de wijze waarop hij het penseel voert. Als ik hem vraag hoe hij zijn eigen werk zou karakteriseren, luidt het antwoord: “Ik werk voornamelijk impressionistisch, maar ook een expressionistische stijl zit er soms wel in. Het zijn van die woorden, daar denk je tijdens het schilderen nooit bij na. Je staat ergens en je schildert. En je stopt wanneer je tevreden bent!” Misschien is het omdat Sluijters junior (geb. 1914) afkomstig is uit een befaamd kunstenaarsgeslacht, dat hij zijn metier op zo’n vanzelfsprekende wijze benadert. Groot¬vader Gijsbertus Antonius (1847-1927) had zich toegelegd op tekenen en grafiek. Als leerling van de Brabantse boekhandelaar en uitgever Henri Bogaerts (1841-1902) leerde hij de techniek van het houtgraveren, maar hij bekwaamde zich ook in het linoleumsnijden en de zinkografie. Vader Jan senior (1881-1957), die in dit milieu opgroeide, volgde geheel zijn eigen en onafhankelijke artisticiteit. Toen hij in 1907, na zijn verblijf in Parijs, terugkeerde in Amsterdam, verraste hij het Nederlandse publiek met zijn fauvistische kleurgebruik. Hij groeide uit tot een van de voormannen van de moderne kunst hier te lande. Hoewel men overigens anders zou verwachten, werd Sluijters junior in artistiek opzicht nauwelijks ondersteund door zijn beroemde vader - wilde deze misschien bewust dat zoon Jan zich onafhankelijk zou ontwikkelen? Academietijd Als student aan de Rijksacademie te Amsterdam liep Sluijters junior nooit vooraan. Iedereen zag enorm tegen zijn vader op en zoon Jan werd met argusogen gadegeslagen. Sluijters junior begreep dat hij zich eerst nog bewijzen moest en in bescheiden sfeer werkte hij aan zijn eigen, thans redelijk omvangrijke oeuvre: landschappen, stadsgezichten, interieurs, portretten en bloemstukken. Iedereen kan daarin zien dat zijn talent onomstootbaar vaststaat. Moeiteloos behandelt hij ieder onderwerp, in een heel losse, vlotte techniek. Daarbij is het onderkoelde, tonale palet, zonder harde contrasten en met fijne nuances, eigen aan zijn kunstenaarschap. In de schilderklas van prof. Hendrik Jan Wolter (1873-1952) werd ’s ochtends voornamelijk naar model gewerkt. Vader Sluijters, die op het atelier niet gestoord wilde worden, stuurde Jan junior ’s middags de stad in om te tekenen naar het leven. Met name Amsterdam, met de karakteristieke bruggen en grachten met de figuren en het verkeer, is in de vroege schilderijen van de schilder favoriet.